Het ontbreekt de deeleconomie aan een gedeelde definitie

Regelmatig verschijnen er artikelen in de media waarin de vraag aan de orde komt of deeleconomie wel de juiste benaming is voor bedrijven als Uber en Airbnb. In de internationale media is ook bijvoorbeeld collaborative economy een veel gebruikte term.  In de Nederlandse media heeft het gebruik van de term deeleconomie inmiddels de overhand gekregen. Collaborative is een woord dat in Nederland nu eenmaal wat gevoelig ligt. Maar ook internationaal lijkt de term sharing economy het gewonnen te hebben.

Uber, het (onterechte) icoon van de sharing economy?

the-california-labor-commission-just-ruled-that-an-uber-driver-is-an-employee--heres-why-it-could-dramatically-change-ubers-business-modelUber, met haar ridesharing app, is waarschijnlijk het bedrijf dat in de context van de sharing economy de meeste aandacht krijgt. Logisch want het bedrijf groeide in vijf jaar tijd van niets naar een marktwaarde van $50 miljard. Het bedrijf krijgt ook veel aandacht vanwege de weerstand die Uber oproept in de traditionele taxiwereld. Centraal in de discussie staat ook of Uber chauffeurs nu wel of niet als werknemer moeten worden gezien en zo ja, welke verplichtingen dit dan voor Uber als werkgever met zich meebrengt. Wat je ook van Uber vindt, het is een ieder geval een bedrijf dat aantoont dat nieuwe business concepten uitermate succesvol en disruptief kunnen zijn.

Juist omdat een bedrijf als Uber door velen expliciet niet als onderdeel van de sharing economy wordt gezien, laait de discussie of sharing economy wel de juiste term met enige regelmaat op.

“Truly collaborative, sharing-driven companies”

“The sharing economy lacks a shared definition”, aldus Rachel Botsman. Een uitspraak die ze deed in 2013. De Australische Botsman is auteur van het in 2010 gepubliceerde boek What’s Mine is Yours: The Rise of Collaborative Consumption. Met dit boek oogstte ze veel succes en sindsdien is ze een belangrijk boegbeeld voor de sharing economy. Zelf spreekt ze vooral van collaborative economy en collaborative consumption.

Onder andere om initiatieven als Uber een plek te geven in het nieuwe economische landschap heeft Botsman vijf criteria benoemd om “truly collaborative, sharing-driven companies” te kunnen onderscheiden. Een van de belangrijkste criteria is dat consumenten elkaar gebruik laten maken van hun onbenutte consumptiegoederen. De overige criteria hebben vooral te maken met toepassing van normen en waarden zoals transparantie, menselijkheid, authenticiteit en collectieve verantwoordelijkheid.

Meerdere definities

In een poging om meer duidelijkheid te krijgen waarin de verschillende initiatieven en bedrijven zich onderscheiden, kwam Botsman in 2013 met drie definities, in 2015 in voegde ze er een vierde definitie (On-Demand Services) bij:

Collaborative Economy:  An economic system of decentralized networks and marketplaces that unlocks the value of underused assets by matching needs and haves, in ways that bypass traditional middlemen. Voorbeeld: Kickstarter, het succesvolle crowdfunding platform uit de Verenigde Staten. Via crowdfunding wordt de traditionele intermediair, in dit geval de banken, gepasseerd

Sharing Economy: An economic system based on sharing underused assets or services, for free or for a fee, directly from individuals. Voorbeeld: het  Franse BlaBlaCar dat ridesharing via haar platform mogelijk maakt. Het is eigenlijk de moderne, digitale variant van de ouderwetse liftcentrale.

Collaborative Consumption: The reinvention of traditional market behaviors—renting, lending, swapping, sharing, bartering, gifting—through technology, taking place in ways and on a scale not possible before the internet. Voorbeelden: Snappcar (autodelen) en Peerby (“leen makkelijk en snel spullen van je buren”), beiden van Nederlandse bodem.

On-Demand Services: Platforms that directly match customer needs with providers to immediately deliver goods and services. Voorbeelden: Uber en Amazon’s one-hour-delivery services.

definities sharing economyAndere begrippen die ook vaak als alternatief voor de sharing economy worden gebruikt zijn Peer-to-Peer Economy, Platform Economy en Access Economy. Bij peer-to-peer wordt benadrukt dat het om de interactie tussen twee individuen gaat. Deze definitie kan in bijna in alle gevallen toegepast worden. Maar een initiatief als Floow2 dat zich richt op het delen van ongebruikte productiecapaciteit van bedrijven, valt buiten deze definitie. In de platform economy ligt de nadruk op de platformfunctie, waarbij platform wordt gedefinieerd als een medium dat mensen in staat stelt om zich met elkaar te verbinden. Facebook en LinkedIn vallen ook onder deze ruime definitie. Access Economy wordt gebruikt om aan te geven dat het bezit van goederen niet langer centraal staat, het gaat om toegang tot goederen.

In de Verenigde Staten wordt ook veel gesproken over Gig Economy. Deze term wordt gebruikt om een economie te beschrijven waarin mensen steeds minder kiezen voor een vaste baan maar hun zinnen zetten op een bestaan als freelancer. Platformen als het Nederlandse Croqqer, waar je je kunt aanmelden om klussen te plaatsen en om klussen uit te voeren, faciliteren dit soort keuzes.

What’s in a name? 

Het ontbreekt de deeleconomie vooralsnog aan een gedeelde definitie om allerlei nieuwe vormen van economische interactie op een eenduidige manier in te kaderen. De vraag is of dit de belangrijkste uitdaging is voor de deeleconomie. Vanuit gebruikersperspectief zijn definitiekwesties niet interessant. In de nieuwe economie is de mens zowel producent als consument, de zogenaamde prosumer.  Voor de meer ideologisch gedreven prosumer zal het delen van onbenutte capaciteit van consumptiegoederen de belangrijkste drijfveer zijn voor de mate waarin ie actief is in deze nieuwe economie. Het idee van de sharing economy appelleert aan de gedachte dat we beter met de schaarse middelen omgaan. “Als mijn huis toch leeg is als ik op vakantie ben en als mijn auto een groot deel van de tijd toch stilstaat, waarom dan niet verhuren via Airbnb of Snappcar?” Maar het zal voor de gemiddelde gebruiker ook andersom werken: “ik ga op vakantie omdat ik mijn huis kan verhuren via Airbnb en hou ik mijn eigen auto aan omdat ik een deel van de vaste kosten via autodelen terug kan verdienen.”

De deeleconomie heeft vooral behoefte aan een gedeelde visie 

De belangrijkste vraag is vooral hoe de overheid, maar bijvoorbeeld ook financiële instellingen, deze transitie naar een nieuwe economie waar inkomen verkregen uit een arbeidsrelatie met een werkgever steeds minder centraal komt te staan, gaat begeleiden.

De inval die het Openbaar Ministerie vorige maand deed op het Amsterdamse kantoor bij Uber vanwege haar UberPop activiteiten laat in ieder geval zien dat er vanuit de overheid geen integrale visie op de deeleconomie is. Vooralsnog wordt Uber verdacht van het in georganiseerd verband overtreden van de Wet personenvervoer 2000. Volgens Uber is UberPOP nog onderwerp  van een lopende rechtszaak en is de inval voorbarig. Bovendien wordt door het kabinet en Tweede Kamer gewerkt aan een wetsherziening, aldus Uber.

In Spanje ondervindt het daar zeer populaire BlaBlaCar serieuze tegenstand van bestaande busmaatschappijen. BlaBlaCar is met name geschikt voor ridesharing over grotere afstanden tussen de verschillende grote Spaanse steden. Vanuit het oogpunt van het delen van onbenutte consumptiegoederen, in dit geval dus carpoolen, is het BlaBlaCar wellicht het meeste zuivere voorbeeld van de sharing economy. De Spaanse busmaatschappijen daagden het bedrijf voor de rechter vanwege oneerlijke concurrentie en eisen van de Spaanse overheid dat zij BlaBlaCar dwingen om haar activiteiten te staken. Ironisch genoeg is het diezelfde Spaanse overheid die al jaren lang fors investeert in hogesnelheidslijnen en zelf een grote concurrent is voor deze busmaatschappijen.