Van wie is Wifi?

Photo Credit: Adam Pantozzi/Times Alliance (Flickr)

‘Abonnees Ziggo maken samen een groot WIFI-netwerk’ zo berichtte het AD op 25 april 2013. Het nieuws deed mij denken aan Kleinrock, een initiatief waar ik eerder over schreef in een bijdrage voor een boek van het Forum Standaardisatie.

Kleinrock is een particulier initiatief dat een onafhankelijk Internet nastreeft dat kan werken zonder Internet Service Providers (ISP), bedoeld in dit geval om de Amerikaanse overheid buiten de deur te kunnen houden. De Amerikaanse President zelf is bij wet al bijna een eeuw bevoegd om alle telecommunicatienetwerken plat te leggen ten tijde van crisis. Met de door Kleinrock voorgestelde technologie is het mogelijk om zonder ISP’s en slechts met WIFI enabled devices een compleet netwerk in een buurt aan te leggen, al is schaalbaarheid nog altijd een zeer belangrijk knelpunt voor het project.

Met het voornemen van Ziggo is het dus een ISP zelf die het voortouw neemt om een WIFI netwerk aan te leggen, gebaseerd op de fysieke infrastructuur die er al ligt. Waarbij Ziggo gebruik maakt van het feit haar abonnees thuis een modem hebben staan die gedeeld kan worden met anderen. Daarbij is er sprake van een opt out regeling, abonnees die niet willen dat hun modem gedeeld wordt dienen bezwaar te maken. Vervolgens is het Ziggo die bepaalt met wie het modem gedeeld gaat worden, namelijk andere Ziggo abonnees.

De komst van internet, en de daarvoor benodigde fysieke infrastructuur zoals bijvoorbeeld kabel of glasvezel, zorgt alle geruime tijd voor debatten over governance en eigendomsverhoudingen, vanwege onder andere politieke aspecten, en in het verlengde daarvan weer over netneutraliteit, met name vanwege de economische aspecten.

Het politieke aspect behoeft sinds de Arabisch Lente niet al te veel toelichting meer. Het is duidelijk dat een overheid er belang bij kan hebben om te weten wat er nu precies via het internet gecommuniceerd wordt. Nu we in Nederland zijn geconfronteerd met Project X behoeft het ook geen toelichting meer dat dit belang niet alleen aanwezig is in landen waar men het niet zo nauw neemt met democratische principes.

Het economische aspect gaat over netneutraliteit, de vraag of providers bepaalde soorten internetverkeer met voorrang dan wel met vertraging mogen behandelen. Of zelfs mogen tegenhouden. U kunt zich voorstellen dat een provider die zowel mobiele telefonie als mobiel internet aanbiedt, niet erg blij wordt van het feit dat onlangs uit een door de Financial Times gedaan onderzoek blijkt dat het berichtenverkeer via Whatsapp omvangrijker is geworden dan SMS verkeer.

Waar het in de discussie inzake netneutraliteit feitelijk om gaat is dat de verdienmodellen van de geleverde diensten tegenstrijdig met elkaar zijn. Om de gevestigde belangen te beschermen wordt daarom de openheid van het internet ter discussie gesteld. Het belangrijkste argument daarvoor zijn de kosten en de beschikbaarheid van bandbreedte voor het dataverkeer. In het Engels wordt goederen die niet onbeperkt beschikbaar zijn rivalrous goods genoemd. Met sommige internetdiensten, zoals Whatsapp, zou de beschikbare bandbreedte voor dataverkeer te zwaar worden belast waardoor het gerechtvaardigd is in de ogen van providers om deze diensten aan banden te leggen.

Nu Ziggo benadrukt dat de extra Wifi-functie geen effect heeft op de snelheid van iemands internetverbinding lijkt het argument dat dataverkeer een rivalrous good zou zijn te worden ontkracht. Dit wordt ondersteund door een white paper ‘There’s no economic imperative to reconsider an open internet’ dat in april 2013 verscheen waaruit blijkt dat de variabele kosten die gepaard gaan met extra dataverkeer te verwaarlozen zijn ten opzichte van de vaste kosten die te relateren zijn aan het opbouwen van het netwerk. Deskundigen verwachten dan ook dat het initiatief van Ziggo de kosten voor mobiele telefonie aanzienlijk zal drukken.

Wat opvalt aan het initiatief van Ziggo is dat wordt voortgebouwd op het netwerk van modems dat bestaat dankzij Ziggo maar evengoed ook dankzij de bestaande, betalende abonnees. Desondanks is het Ziggo die bepaalt dat het WIFI slechts wordt opengesteld voor andere betalende Ziggo abonnees. Goed voor het verdienmodel van Ziggo zelf natuurlijk. Of daarmee ook het belang van de Ziggo abonnee en de samenleving als geheel wordt gediend is nog maar de vraag.

Hiermee raken we aan een discussie die onder andere door Brett Frischman nauwgezet wordt beschreven in zijn boek ‘Infrastructure: the Social Value of Shared Resources’. In zijn boek wordt internet als een infrastructuur beschouwd die zowel fysieke als logische componenten (standaarden en protocollen) kent. Een van de vraagstellingen in het boek van Frischmann concentreert zich op hoe het internet nu precies te beschouwen en door de overheid en wetgever te behandelen is. Als een gemengde infrastructuur dat ondersteunend is aan de productie van wat Frischmann noemt commerciële, publieke en sociale goederen of als een commerciële infrastructuur die geoptimaliseerd wordt om commerciële output te leveren?

Gelet op de toenemende mogelijkheden van connectiviteit in bijvoorbeeld de zorg, in een eerder blog verwees ik al eens naar Zuidzorg, de eerste thuiszorgorganisatie die een rechtstreekse beeldverbinding tot stand brengt met ouderen die thuis wonen en zorg nodig hebben, lijkt het mij zinvol om deze discussie continu met elkaar te blijven voeren.