Disruptief: maak je eigen 3D printer

Click here for English version of this post

Ik denk dat het slechts een kwestie van tijd is voordat we allemaal thuis een 3D printer thuis hebben staan. Je kunt het meteen groots aanpakken en een huis met een 3D-printer proberen te bouwen. Hoe revolutionair dit ook mag lijken, je zult niet de eerste zijn. DUS Architecten heeft onlangs gemeld dat ze zijn gestart met het realiseren van het eerste 3D-geprinte grachtenpand in 2013. Daarvoor gebruiken ze een machine die Kamerkamer genoemd wordt. Het is het eerste verplaatsbare paviljoen ter wereld waarmee hele kamers van plastic in 3D print. Het project vindt plaats in Amsterdam, dat in 2013 viert dat het 400 jaar geleden is dat de aanleg van de welbekende Amsterdamse grachten werd gestart

Het printen van een huis vergt natuurlijk een investering in kostbare apparatuur. Je kan ook wat kleinschaliger beginnen en voor een paar honderd euro’s je eigen digitale machines maken in een Fablab. Fablabs zijn kleine werkplaatsen ingericht met computergestuurde gereedschappen, die iedereen kan gebruiken om producten te maken. Fablabs zijn ontstaan dankzij de ideeën van Neil Gershenfeld van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Hij realiseerde zich dat met nieuwe technologie het mogelijk zou worden om bijna alles thuis te produceren. Hij startte de cursus ‘How to make almost anything’. Deze cursus stond aan de basis van het initiatief om overal in de wereld FabLabs te realiseren. In Nederland zijn er inmiddels meer dan 15 FabLabs. Er is zelfs een FabLab Truck die scholen, festivals en evenementen bezoekt.

Behalve het toegang geven tot het gebruik van digitale gereedschappen aan een breed publiek, hanteren the FabLabs ook een expliciete strategie als het gaat om het gratis delen van kennis en ontwerpen. Om iedereen te kunnen laten delen is het handig dat de wereldwijde FabLabs zoveel mogelijk dezelfde gereedschappen gebruiken en dat handleidingen zijn geschreven in het Engels. De meeste Fablabs worden financieel ondersteund om de initiële investeringen in de standaarduitrusting van gereedschappen te doen. Het opzetten van een FabLab heeft meestal een lange periode van besluitvorming nodig voordat de financiële middelen via subsidies en dergelijke beschikbaar zijn.

Het FabLab in Amersfoort was echter in zeven dagen opgericht en vergde een investering van niet meer dan 5.000 euro. Dit gebeurde nadat de oprichters lucht kregen van een lasersnijder van Chinese makelij die tegen een zacht prijsje te koop was. Het addertje onder het gras was dat de handleidingen alleen in het Chinees beschikbaar waren. Nadat dit probleem was opgelost kon de lasersnijder gebruikt worden om de andere digitale apparatuur te fabriceren. Het resultaat is dat in het Fablab weer apparatuur voor thuisgebruik kan worden gemaakt zoals een kleine 3D lasersnijder, de Mantis. Voor 395 euro kun je bij Protospace, het FabLab in Utrecht, een cursus volgen die je leert hoe je zo’n Mantis zelf maakt. Voor 1695 euro kun je je aanmelden voor een cursus waarbij je een heuse 3D printer voor eigen gebruik maakt. Voor de meeste mensen nog een heleboel geld, maar vergelijk het eens met de kosten om een eigen auto te rijden. Stel je een wereld voor waarin je dat koffiekopje dat uit je handen viel weer zelf via een 3D printer kunt reproduceren? Of waarmee je zelf reserve onderdelen kunt printen? Deze toekomst vindt nu al plaats.

Dit blog is gedeeltelijk gebaseerd op een bijdrage in het e-book Nederland Opent.