Van riolering naar glasvezel

Welke infrastructurele voorziening heeft het welzijn en de levensduur van de mens het meest bevorderd? Deze vraag kreeg ik gisteren voorgeschoteld tijdens een presentatie van Martijn Kriens over Zorg & ICT. Het antwoord: de riolering.

In onze huidige Westerse maatschappij kunnen we ons niet voorstellen dat overheids-investeringen in de aanleg van een riolering ooit een punt van politieke discussie zijn geweest. Paul Krugman geeft in zijn blog Conservatives and Sewers een vermakelijke illustratie hoe het er in het Londen van 1848 aan toe ging aan de hand van een artikel in The Economist uit die tijd:

Suffering and evil are nature’s admonitions; they cannot be got rid of; and the impatient efforts of benevolence to banish them from the world by legislation, before benevolence has learned their object and their end, have always been more productive of evil than good.

Sewers are socialism!

It wasn’t until the Great Stink made the Houses of Parliament uninhabitable that the sewer system was created.

 

 

Moraal van dit verhaal is dat politiek ingrijpen vaak pas plaatsvindt als de politiek er zelf belang bij heeft. Dat eigen belang van de politiek kan positief uitpakken voor de burger. Het feit dat het juist de Europarlementariers zelf zijn die het meeste last hebben van hoge roaming-tarieven bij internationaal mobiel telefoonverkeer zou wel eens een van de belangrijkste redenen kunnen zijn geweest om tegen alle ‘telecomliberaliserings’ doctrines in zwaar te intervenieren in deze markt. Ik ben ze er dankbaar voor.

Een ander voorbeeld is de Single Euro Payment Area. Toen ik mij beroepshalve nog bezighield met de invoering van SEPA beweerden boze tongen dat SEPA toch vooral politieke prioriteit had vanwege het feit dat het juist de Europarlementariers zelf zijn die te maken hebben met grensoverschrijdend betalingsverkeer. Overigens ben ik wat SEPA betreft een stuk sceptischer of het mij als burger zelf wat heeft opgeleverd. Maar het illustreert de stelling dat het kan helpen als de politiek zelf directe voordelen ervaart.

Wat hebben riolering, mobiele telefonie en betalingsverkeer met elkaar gemeen? Het zijn algemene voorzieningen die we als infrastructuur betitelen. Zoals ook het wegennet, en het juridisch en financiële systeem infrastructurele voorzieningen zijn. In het onlangs verschenen “Infrastructure, The Social Value of Shared Resources” geeft Brett Frischmann een uitgebreide toelichting op alle aspecten van infrastructurele voorzieningen in relatie tot social value. Ik ben nog niet door het boek heen, de eerste hoofdstukken zijn zware kost maar zeer de moeite waard.

Terug naar de presentatie over Zorg en ICT. De presentatie ging uitgebreid in op mogelijke toepassingen in de zorg waar gebruikt wordt gemaakt van ICT en snelle breedbandverbindingen. De mogelijkheden zijn veelbelovend. Zeker als we bedenken dat in Nederland inmiddels 86% van de 85plussers thuis woont (CBS, 2012).

Een week of twee geleden was ik aanwezig bij een presentatie van Zuidzorg. Zuidzorg is de eerste thuiszorgorganisatie die een rechtstreekse beeldverbinding tot stand brengt met ouderen die thuis wonen en zorg nodig hebben. Er kan dag en nacht beeldcontact kan worden gemaakt met de zorgcentrale van Zuidzorg. De beeldverbinding kan ingezet worden voor praktische zaken als begeleiding bij het innemen van medicijnen maar leidt ook tot veel klein geluk blijkens de uitspraak van een van de deelnemers: “Het is zeker tien jaar geleden dat er iemand welterusten tegen mij zei”.

De waarde van dit soort voorzieningen staat voor mij buiten kijf. Dat de overheid een taak heeft in het bevorderen van dit soort voorzieningen staat voor mij ook buiten kijf. Vergelijk het met de aanleg van riolering. Het vanuit de overheid bevorderen van dit soort voorzieningen is echter lastiger dan het lijkt. Voor een rechtstreekse beeldverbinding bijvoorbeeld zijn snelle breedbandverbindingen, zoals glasvezel, nodig. Er moet dan zaken worden gedaan met telecomproviders als KPN, UPC etc. Telecom is een markt waar de EU vanuit mededingingsoptiek streng op toeziet. Marktwerking boven alles.

Maar is marktwerking op dit terrein het ultieme mechanisme om maximale social value te genereren? Het concrete antwoord op die vraag moet ik schuldig blijven maar wellicht dat het boek van Frischmann mij op weg gaat helpen.

Voorlopig leven we in een wereld waar er heel veel gemeenschapsgeld wordt geïnvesteerd in het overeind houden van de infrastructuur die financieel systeem heet en houden we vast aan allerlei, door traditionele instituties tot stand gebrachte verworvenheden, zoals de afbakening van markten. Een wereld waarin technologische innovaties een stuk sneller gaan dan onze instituties kunnen bijbenen, waardoor er veel social value verloren gaat. Zoals Hagel en Brown het verwoordde in hun blog:

As technological innovation continues to outpace institutional innovation, the greatest determinant of our future may be whether we can close the widening gap. We celebrate individuals who rise to the occasion and innovate to solve problems, but to unlock human potential en masse may require innovating our institutions.We should go back to the roots and reassess the rationale for institutions. To get to the next level of our techonomic potential, we must create institutions worthy of the technologies changing our world.

Wie zich wil laten inspireren door technologische innovaties in relatie tot glasvezel kan ik de presentatie FTTH@last van Peter Cochrane aanraden!